Pobierz podręcznik dla modelu
PFAFF CREATIVE 2134 - Maszyna do szycia

Jeśli szukasz instrukcji: Maszyna do szycia PFAFF CREATIVE 2134 - masz rację. Na tej stronie możesz pobrać ją za darmo. Aby uzyskać szczegółowe informacje, zapoznaj się z poniższymi instrukcjami.

Plik jest dostępny w ciągu kilku sekund, jak szybkość połączenia z komputerem.
Wierzymy, że nasza strona pomocy, a my będziemy się cieszyć, jeśli odwiedzenia nas w przyszłości.
PDF Pobierz instrukcję obsługi Maszyna do szycia PFAFF CREATIVE 2134
Maszyna do szycia PFAFF CREATIVE 2134 Maszyna do szycia PFAFF CREATIVE 2134


Linki sponsorowane



Jest instrukcja pomocna?
Prosze kliknij tutaj:

Rozmiar pliku: 1805 KB (format pliku: pdf)
creative
Handleiding

2134


========1========

VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28.

Elektrische aansluiting
Deze naaimachine moet worden gebruikt met het voltage dat is aangegeven op het betreffende plaatje.

Opmerkingen over de veiligheid
Deze naaimachine is niet bedoeld voor gebruik door personen (ook kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of mentale functies, of met onvoldoende ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of genstrueerd worden over het gebruik van de naaimachine door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten onder toezicht staan, zodat ze niet met de naaimachine kunnen spelen. Een naaimachine mag nooit zonder toezicht met de stekker in het stopcontact blijven staan. Haal direct na gebruik en voordat u de machine schoonmaakt de stekker van de naaimachine uit het stopcontact. Schakel de naaimachine uit ("0") wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, een naaivoet wisselen en dergelijke. Gebruik de naaimachine nooit als het snoer of de stekker beschadigd is. Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald. Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen accessoires die door de producent zijn aanbevolen zoals in deze handleiding wordt beschreven. Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het lampje vervangt. Vervang het lampje door het zelfde type (voltage en watt).







Let op! Dit product moet op een veilige manier gerecycled worden volgens de geldende nationale wetgeving voor elektrische/elektronische producten. Raadpleeg bij twijfel uw leverancier voor advies.


========2========

Van harte gefeliciteerd!
Gefeliciteerd met de aanschaf van uw Pfaff creativeTM 2134! Met de Pfaff creative 2134 beschikt u over de perfecte borduur/naaicombinatie. Het gebruiksgemak maakt nieuwe creatieve ideen bij u los - het uitwerken van deze ideen is een plezier. Neem voordat u aan de slag gaat de tijd om deze instructies door te lezen. U zult al gauw ontdekken hoe gemakkelijk het is om met uw Pfaff creative 2134 te werken. Maar we houden u niet langer op. Gebruik uw fantasie voor het realiseren van al uw creatieve ideen!

www.pfaff.com
U bent van harte uitgenodigd om naar www.pfaff.com te gaan. Hier vindt u inspiratie in creatieve naai-projecten (gratis te downloaden) en ontdekt u meer over de speciale accessoires beschikbaar voor uw naaimachine.


========3========

Inhoudsopgave

1 2

Borduurringkeuzetabel

1:6

Inleiding
Steekoverzicht Onderdelen van de naaimachine Onderdelen van de borduureenheid Onderdelen van de borduurring Beschermkap Bovenklep Accessoires 1:8 1:13 1:14 1:14 1:15 1:15 1:16

3

Borduren
De borduurvoet plaatsen De borduureenheid aansluiten De borduureenheid verwijderen De borduurring aan de borduurarm bevestigen De borduurring verwijderen De stof spannen Functietoetsen voor borduren Venstersignalen Aan de slag met borduren 3:2 3:2 3:3 3:3 3:3 3:4 3:5 3:11 3:14 3:15 3:16 3:16

Voorbereidingen
Spanningsschakelaar Elektrische aansluiting Het voetpedaal aansluiten Hoofdschakelaar Persvoetlichter Naaivoet verwisselen Ingebouwd Dubbel Transport (IDT) Transporteur verzinken Naald wisselen Spoelen Inrijgen op de creatie 2134 De onderdraad omhoog halen De tweelingnaald inrijgen Overzicht bedieningspaneel Venstersignalen Correcte bovenspanning - een tip Aan de slag 2:2 2:2 2:2 2:3 2:3 2:4 2:5 2:6 2:7 2:7 2:12 2:14 2:15 2:16 2:17 2:18 2:19

Woorden borduren Applicaties borduren Ajourwerk

4

Naaien
Functietoetsen voor naaien Berichten tijdens het naaien Rechte steek Genaaide zigzagsteek, nr. 4 Overlocksteken Rijgsteek, nr. 10 Doorstikken, nr. 1 Versterkte rechte steek, nr. 2 Blindzoomsteek, nr. 5 Elastische blindzoomsteek, nr. 6 Knoopsgaten Knopen aanzetten, nr. 0 Rits inzetten, nr. 1 Stoppen 4:2 4:8 4:9 4:9 4:10 4:11 4:11 4:11 4:12 4:12 4:13 4:16 4:17 4:17

Plaatsen van de spoel in het spoelhuis 2:11


========4========

5

Decoratieve steken
Algemene opmerkingen over decoratief naaien De motiefbreedte wijzigen Gecombineerde randen Tweelingnaald Stekenreeksen Stekenreeks Gids Quilten Nostalgie/antieke steken Kruissteek Naaien uit de vrije hand Smokwerk met de rechte steek Fagotsteek - nr 47 Flanelsteek - nr 12 Schulpranden Rolzoom met voet nr. 7 Rolzoom met steek nr. 3 5:2 5:2 5:3 5:3 5:4 5:5 5:6 5:10 5:11 5:11 5:12 5:12 5:13 5:13 5:14 5:14

6

Onderhoud
Steekplaat wisselen Reinigen Naailampje vervangen Problemen bij het naaien en mogelijke oplossingen Index Technische gegevens / inhoud van de doos 6:2 6:2 6:3 6:4 6:6 6:9


========5========

Borduurringkeuzetabel
Ring nr. 1 2 3 4 5 6 Formaat 225x140 mm, 250x225 mm 120x115 mm (vierkant/rond) 80x80 mm, rond 180x100 mm 100x80 mm (met borduurringadapter) 80x80 mm, vierkant (met borduurringadapter)

1:6


========6========

Inleiding


========7========

Steekoverzicht
Nuttige steken

0 Steek 0 1

1

2

3 Toepassing

4

5

6

7

8

9

10

11

12

Knoopaanzetprogramma Rechte steek met 19 naaldposities Versterkte rechte steek met 19 naaldposities Zigzagsteek

Voor het aanzetten van knopen met twee of vier gaatjes. Voor het aan elkaar naaien en doorstikken. Steeklengte kan tot 6 mm worden vergroot. Er zijn 19 naaldposities beschikbaar, handig voor het inzetten van een rits of het doorstikken van een kraag. Voor versterkte naden, met name bij stretchstoffen zoals broeknaden, sportkleding en werkkleding. De steeklengte kan worden vergroot tot 6 mm voor decoratief doorstikken. Voor het afwerken van naden, maken van overlocksteken, applicatiewerk, het aanzetten van kant en dergelijke. Zeer elastische, stevige steek. Voor afwerken, het vastzetten van elastiek, verstelwerk en patchwork. Voor een onzichtbare zoom.

2

3

4

Genaaide zigzagsteek met 2 tussensteken Blindzoomsteek

5

6

Elastische blindzoomsteek Gesloten overlocksteek Fagotsteek

Voor een onzichtbare zoom in elastische stof.

7

Voor het in n handeling aan elkaar naaien en afwerken van stretchstoffen.

8

Voor het naaien van lingerie. Zeer decoratief voor sierzomen.

9

Knoopsgat voor dunne stoffen Honingraatsteek

Knoopsgat voor blouses, overhemden en linnen.

10

Elastische decoratieve steek voor sierzoomnaden in stretchstoffen, decoratief vaststikken van elastiek en het naaien met elastisch garen op de spoel. Voor het overstikken van elastisch koord en wollen draden en voor rimpel- en smokwerk.

11

Decoratieve fagotsteek of springsteek Flanelsteek

12

Geeft een zeer elastische decoratieve naad voor zoomafwerking op sport- en vrijetijdskleding.

1:8


========8========

Inleiding

13 Steek 13 14

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

Toepassing 3-voudige zigzag stretchsteek Rijgsteek Voor het inzetten van elastisch band in sport- en badkleding. Ook geschikt voor zoomafwerking. Voor het aan elkaar rijgen van losse patroondelen. Met verzonken transporteur, naait de machine n steek iedere keer wanneer u op het voetpedaal drukt. Om de steek achter elkaar door te naaien, zet u de transporteur omhoog. Voor het aan elkaar naaien van lichte stretchstoffen en decoratief gebruik.

15

Zaagsteek

16

Gesloten overlocksteek met randdraad Zigzagsteek, naaldpositie rechts of links Pulloversteek

Voor het in n handeling aan elkaar naaien en afwerken van stretchstoffen. De randdraad voorkomt dat de stof gaat rafelen. Voor afwerken, applicaties en het maken van vetergaatjes.

17

18

Elastische sluit- en afwerksteek voor grof gebreide stoffen en jersey.

19

Overlocksteek

Voor het in n handeling aan elkaar naaien en afwerken van stretchstoffen.

20

Rekbaar knoopsgat

Knoopsgat voor stretchstoffen.

21

Rondknoopsgat met lengtetrens Mantelknoopsgat met lengtetrens Vetergaatje

Knoopsgat voor overhemden, jasjes, pantalons en jurken.

22

Knoopsgat voor overhemden, jasjes, pantalons en jurken.

23

Maak vetergaatjes in kleding of woningdecoratie. Ook geweldig voor het versieren van nostalgische projecten. Verschillende formaten in het geheugen. Voor het verstevigen van ritsen en zakopeningen in broeken en voor het vastzetten van riemlussen.

24

Trens

25

Stopprogramma

Voor het stoppen van kapotte weefsels.

1:9


========9========

Nostalgische quiltsteken
De vooraf ingestelde hoge draadspanning zorgt voor een handgemaakt uiterlijk. Naai de steken met monolament garen als bovendraad en gekleurd garen als onderdraad. Om de quiltsteken als normale applicatiesteken te gebruiken dient u de draadspanning te verlagen.

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

Kruissteken

Ajoursteken

Nostalgische "handgemaakte" borduursteken

40

41

42

43

44

45

46

47

48

49

50

51

52

53

Festonbogen

54

55

56

57

58

59

Cordonsteken

60

61

62

63

64

65

66

67

1:10


========10========

Inleiding

Siersteken

68

69

70

71

72

73

74

75

76

77

78

79

80

81

82

83

84

85

86

87

88

89

90

91

92

93

94

95

96

97

98

99

Alfabet

100

101

102

103

104

105

106

107

108

109

110

111

112

113

114

115

116

117

118

119

120

121

122

123

124

125

126

127

128

129

130

131

132

133

134

135

136

137

138

139

140

141

142

143

144

145

146

147

148

149

1:11


========11========

2

1 15 3

14 13 12 11

4

10

8 9

5 6 7

20

21

22

23

24

25 26 27

28

19 18 17 16 30

29

32

31

1:12


========12========

Inleiding

Onderdelen van de naaimachine
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Display met functietoetsen Handvat Handwiel Bedieningspaneel met functietoetsen Netsnoeraansluiting Aansluiting voetpedaal Hoofdschakelaar Schuif om de transporteur te verzinken Bodemplaat

10. Verwijderbare accessoiredoos 11. Naaivoethouder met naaivoet 12. IDT - Ingebouwd Dubbel Transport 13. Ingebouwde draadinsteker 14. Achteruitnaaitoets 15. Draadinvoergleuven

16. Grijperklep 17. Vrije arm 18. Naaimachinelampje (max. 5 W). 19. Draadafsnijder 20. Draadspanningsschijf 21. Hefboom 22. Draadgeleider 23. Garenpen met garenschijf 24. Opening voor tweede garenpen 25. Garenmesje voor spoeldraad 26. Spoelopwinder 27. Klep met steekoverzicht 28. Gleuf voor creative smart card 29. Persvoetlichter 30. Naaldhouder met naaldklemschroef 31. Steekplaat 32. Aansluitpunt voor de borduureenheid

1:13


========13========

Onderdelen van de borduureenheid
33. Vrijgavetoets voor het verwijderen van de borduureenheid 34. Geleider voor het vastklikken van de borduureenheid aan de machine 35. Knopje voor bevestiging van de borduureenheid aan de machine 36. Aansluitpunt voor de naaimachine 37. Borduurbereik van de borduurarm 38. Metalen geleider voor het bevestigen van de borduurring 39. Verzonken greep voor het omhoog brengen en draaien van de borduurarm 40. Borduurarm 41. Ontspanner voor het verwijderen van de borduurring 33 34 38

41 40 39 37

35

36

Onderdelen van de borduurring
42. Bevestigingsnokje 43. Twee geleidernokjes voor de bevestiging van de borduurring 44. Uitsparing met ribben voor bevestiging van de clips 45. Inkepingen voor plaatsing van de sjabloon 46. Klemschroef voor het spannen van de stof 42

43

44

45

46

1:14


========14========

Inleiding

Beschermkap
Het bijgevoegde losse netsnoer, het voetpedaal en de gebruiksaanwijzing in het opbergvak van de beschermkap opbergen.

Bovenklep
Open de bovenklep door hem omhoog te zetten. Op de binnenkant van de klep staat een overzicht van de steken die u met deze naaimachine kunt naaien.

1:15


========15========

Accessoires
Borduureenheid
Bij de borduureenheid worden vier clips geleverd, evenals de borduurvoet, borduurring (225x140), het motievenboekje en de smart card 300.

Accessoiredoos/Naaien met de vrije arm
Om met de vrije arm te naaien, draait u de accessoiredoos naar links en tilt u deze omhoog uit de opening. Controleer bij het terugplaatsen van de accessoiredoos dat het werkvlak weer precies aansluit op de vrije arm van de naaimachine.

De accessoires opbergen
Open de accessoiredoos door uw linkerwijsvinger op het geribbelde gedeelte links op het deksel te leggen en de klep open te klappen. De standaardaccessoires zijn gemarkeerd met een cijfer. Berg de onderdelen op in de juiste vakjes van de accessoiredoos.

1:16


========16========

Inleiding

Naaivoeten en accessoires
1. 2 9 3 4 6 5. 6. 1 5 7 8 10 11 12 7. 8. 9. 2. 3. 4. Garenpennen Bestelnr.: 412 76 79-01 Lampverwijderaar/Steekplaatwisselaar Bestelnr.: 82 02 92-096 Garenschijf Bestelnr.: 93-035 050-44/000 Garenschijf Bestelnr.: 93-036 048-44/000 Garenschijf Bestelnr.: 93-036 049-44/000 Geleider voor doorstikken/quilten. nr. 8 Bestelnr.: 82 02 51-096 Viltkussen Bestelnr.: 93-033 064-05/000 Tweede garenpen houder Bestelnr.: 93-033 063-44/000 Naaldendoosje Bestelnr.: 48-020 804-32/000

10. Tornmesje Bestelnr.: 99-053 016-91/000 13 14 11. Kwastje Bestelnr.: 93-847 979-91/000 12. Knoopsgat Sensormatic, nr. 10 Bestelnr.: 82 02 94-096 13. Standaard naaivoet met IDT, nr. 0A Bestelnr.: 82 02 44-096 14. Siersteekvoet met IDT, nr. 1A Bestelnr.: 82 02 54-096 15 16 15. Siersteekvoet nr. 2A Bestelnr.: 82 02 60-096 16. Blindzoom/Overlockvoet met IDT, nr. 3 Bestelnr.: 82 02 56-096 17. Rolzoomvoet 3 mm met IDT, nr. 7 Bestelnr.: 82 02 49-096 18. Ritsvoet met IDT, nr.4 Bestelnr.: 82 02 48-096 17 18 19. Stopvoet/naaien uit de vrije hand, nr. 6 Bestelnr.: 82 02 43-096 20. Knoopsgatvoet nr. 5A Bestelnr.: 82 02 99-096

19

20 1:17


========17========


========18========

Voorbereidingen


========19========

Spanningsschakelaar
220V - 240V / 120V
De naaimachine is ingesteld op de spanning voor Europa: 220V - 240V. Als u de naaimachine gebruikt op 120V (US/Canada), moet u de spanningsschakelaar aan de onderkant van de machine instellen op 120V. Indien u niet zeker bent betreffende de juiste spanning voor uw land dan dient u dit te controleren via uw Pfaff dealer of het lokale electriciteitsbedrijf voordat u de machine inschakeld.

Elektrische aansluiting
Het netsnoer eerst op de contactbus (5) van de naaimachine en dan op het stopcontact aansluiten.

Het voetpedaal aansluiten
Steek de stekker van het voetpedaal in de betreffende aansluiting (6) in de naaimachine. U regelt de naaisnelheid door de mate van indrukken van het pedaal. Gebruik voetpedaal AT 0070 voor deze naaimachine.

2:2


========20========

Voorbereidingen

Hoofdschakelaar
Wanneer de hoofdschakelaar (7) aan staat (schakelaarfunctie I), gaat het naailampje branden en ziet u in het venster van de creative 2134 steek nr. 1 vermeld staan. U kunt nu met de naaimachine gaan naaien. "0" = UIT "I" = AAN

Persvoetlichter
Met de persvoetlichter (29) wordt de naaivoet omhoog of omlaag gebracht. De persvoetlichter wordt in de verstelpositie gezet door de persvoetlichter omlaag te brengen en naar achteren te drukken totdat deze vastklikt in de verstelpositie.

2:3


========21========

Naaivoet verwisselen
Hoofdschakelaar uitzetten

Klik de naaivoet los
Druk gelijktijdig het voorste gedeelte van de naaivoet omhoog en het achterste gedeelte omlaag tot de voet vrij van de naaivoethouder (11) komt.

Naaivoet plaatsen
Leg de naaivoet zodanig onder de naaivoethouder (11) dat bij het omlaag brengen van de persvoetlichter de pennetjes in de opening van de naaivoethouder klikken.

Controleer of de naaivoet goed is bevestigd door de naaivoet omhoog te brengen.

2:4


========22========

Voorbereidingen

Ingebouwd Dubbel Transport (IDT)
Voor een soepele verwerking van iedere stofsoort biedt Pfaff de ideale oplossing: het IDT-systeem (Ingebouwd Dubbel Transport). Net als bij industrile machines zorgt het IDT bij gelijke steeklengte voor een gelijktijdig stoftransport zowel van onder als van boven. De stof wordt nauwkeurig getransporteerd. Bij tere of lastige stoffen zoals zijde of viscose voorkomt het Ingebouwd Dubbel Transport het rimpelen van de naad. Ruiten en strepen sluiten perfect aan door het IDT-systeem. Het IDT zorgt ervoor dat alle lagen van quiltprojecten op n lijn blijven liggen, zodat de bovenlagen niet worden uitgerekt.

Het IDT inschakelen
Breng de naaivoet omhoog. Druk de IDT omlaag totdat deze vastklikt.
Belangrijk: voor al uw naaiwerk met het IDT kunt u alleen naaivoeten met een uitsparing aan de achterzijde gebruiken.

Het IDT uitschakelen
Houd het IDT met twee vingers vast bij de geribde enkel. Druk het IDT omlaag en vervolgens naar achteren; laat het IDT langzaam omhoog komen.

2:5


========23========

Transporteur verzinken
Voor bepaald naaiwerk zoals quilten uit de vrije hand of stoppen, moet u de transporteur verzinken. Op uw Pfaff creative 2134 kunt u de transporteur op twee manieren verzinken: aan de buitenzijde van de machine en aan de binnenkant van de grijperklep.

B

A

Voor beide methoden: Breng eerst de persvoetlichter omhoog. Duw schuif A of B naar links. Duw de schuif naar rechts als u de transporteur weer wilt inschakelen.

A

B

2:6


========24========

Voorbereidingen

Naald wisselen
Hoofdschakelaar uitzetten De naald verwijderen: laat de naaivoet zakken en breng de naald in de hoogste positie. Draai de naaldklemschroef los en de naald naar beneden uit de houder nemen. Een naald plaatsen: de platte kant van de naald moet naar achteren wijzen. Laat de naaivoet zakken en schuif de naald omhoog tot aan het stuitpunt in de houder. Houd de naald vast en draai de schroef stevig aan.

Spoelen
De naaimachine voorbereiden voor het opwinden van de spoel
Plaats een lege blauwe spoel op de spoelopwinder, en lijn het rechthoekige openingetje aan de onderzijde van de spoel uit met de kleine pen op de spoelopwinder. Het Pfaff-logo wijst nu naar boven.

Druk de spoel naar rechts.
Let op: u kunt de spoel alleen opwinden als deze volledig naar rechts is gedrukt.

2:7


========25========

De spoel opwinden vanaf de garenpen
Het naaigaren op de garenpen schuiven. Schuif een garenschijf stevig tegen de klos aan. Bij de machine zijn drie verschillende garenschijven meegeleverd, geschikt voor alle soorten klossen. Kies een garenschijf met dezelfde maat, of met een iets grotere diameter dan de klos.

C

Draad inrijgen
Het naaigaren van voor naar achter in geleider A leggen en van rechtsachter naar linksvoor tussen voorspanningschijf B trekken. Zorg ervoor dat de draad goed in de voorspanningschijf wordt getrokken voor de juiste draadspanning. Trek het garen vervolgens door draadgeleider C (van achter naar voren). Wikkel het draadeinde meerdere malen rechtsom rond de spoel.

B

Spoelen
Zet de naaimachine aan. Houd het eind van de draad stevig vast en druk op het pedaal. Het opspoelen stopt automatisch zodra de spoel vol is. Duw de spoel naar links, knip de draad af en verwijder de spoel van de spoelwinder.
Let op: Indien u een spoel wilt opwinden voordat u gaat borduren, dient u de machine eerst voor borduren voor te bereiden. Volg stap 1-4 op pagina 3:14 om de spoel op te winden.

A

2:8


========26========

Voorbereidingen

De spoel opwinden vanaf de tweede garenpen
Plaats de tweede garenpen in de daarvoor bestemde opening. Het naaigaren op de tweede garenpen schuiven.

Draad inrijgen

B

Het naaigaren van voor naar achter in geleider A leggen en van rechtsachter naar linksvoor tussen voorspanningschijf B trekken. Zorg ervoor dat de draad goed in de voorspanningschijf wordt getrokken voor de juiste draadspanning. Trek het garen vervolgens door draadgeleider C (van achter naar voren). Wikkel het draadeinde meerdere malen rechtsom rond de spoel.

A

Spoelen
Zet de naaimachine aan. Houd het eind van de draad stevig vast en druk op het pedaal. Het opspoelen stopt automatisch zodra de spoel vol is. Duw de spoel naar links, knip de draad af en verwijder de spoel van de spoelwinder.
Let op: Indien u een spoel wilt opwinden voordat u gaat borduren, dient u de machine eerst voor borduren voor te bereiden. Volg stap 1-4 op pagina 3:14 om de spoel op te winden.

2:9


========27========

Spoelen door de naald
U kunt ook spoelen als de naaimachine volledig is ingeregen. Zet de persvoetlichter omhoog. Leid de bovendraad onder de naaivoet door en via de rechter inrijggleuf naar boven.

Leg nu de draad van links naar rechts in de draadhefboom D. Belangrijk: de draadhefboom moet daarbij geheel boven, d.w.z. in de hoogste positie staan.

D
Leid de draad naar rechts onder draadgeleider C. Plaats een lege blauwe spoel op de spoelopwinder. Zorg ervoor dat het rechthoekige openingetje aan de onderzijde van de spoel in de kleine stift van de spoelopwinder valt. Het Pfaff-logo wijst omhoog. Draai het draadeinde meerdere malen rechtsom om de spoel. Zet de naaimachine aan. Houd het draadeinde stevig vast en druk op het pedaal. Het opspoelen stopt automatisch zodra de spoel vol is. Duw de spoel naar links, knip de draad af en verwijder de spoel van de spoelwinderas.

C

2:10


========28========

Voorbereidingen

Plaatsen van de spoel in het spoelhuis
Open de grijperklep aan de linkerzijde en open deze naar u toe. Trek het lipje van het spoelhuis naar u toe en haal het spoelhuis eruit. Laat het lipje los en neem de lege spoel eruit.

De spoel plaatsen
Plaats de volle spoel (met het Pfaff-logo in de richting van het spoelhuis) in het spoelhuis. Trek daarbij de draad zijdelings in gleuf A, daarna onder het spanningsplaatje (B), tot hij in het gaatje (zie pijltje) blijft liggen.

Controle: houd het spoelhuis vast met de spoel naar u toe wijzend. Wanneer u aan de draad trekt, moet de spoel rechtsom draaien.

Het spoelhuis plaatsen
Pak het lipje E van het spoelhuis vast en schuif het huis tot het stuitpunt op stift C van de grijper. De opening D van het spoelhuis moet naar boven wijzen.
Controle: trek met een rukje aan de spoeldraad. Het spoelhuis mag niet uit de grijper vallen.

2:11


========29========

Inrijgen op de creative 2134
De hoofdschakelaar uitschakelen. De persvoetlichter omhoog zetten. Plaats het garen op de garenpen en breng een garenschijf van dezelfde afmetingen of iets groter aan. Trek met beide handen de draad van voor naar achter door in draadgeleider A. Daarna trekt u de draad van rechts naar links langs de voorspanningsschijf B en door de linkerinrijggleuf naar beneden via de rechterkant van de spanningsschijf.

B

A

Het garen om nokje C door de rechter inrijggleuf omhoog tot de draadhefboom leiden. De draad moet van links naar rechts in de draadhefboom worden getrokken. Breng de draad omlaag naar de rechter inrijggleuf. Tenslotte de draad vanaf de zijkant achter n van de twee draadgeleiders D trekken.

C

D

2:12


========30========

Voorbereidingen

Ingebouwde draadinsteker
Gebruik de Pfaff ingebouwde draadinsteker om sneller en makkelijker uw draad in te rijgen. Breng de naaivoet naar beneden. Druk de draadinsteker met het hendeltje omlaag.

De inrijghaak F zwenkt daarbij door het oog van de naald. Trek de draad rond inrijghaak E en terug langs de voorzijde van het oog van de naald. Houd het einde van de draad strak en breng het omhoog naar inrijghaak F.

E F

Verminder de druk zodanig tot de draadinsteker langzaam naar boven beweegt. Gelijktijdig zwenkt de inrijghaak uit het oog van de naald en trekt met het haakje het garen er doorheen. Laat het gareneinde voorzichtig iets losser, zodat er achter de naald een draadlus kan ontstaan. Tegelijkertijd laat u de draadinsteker los en trekt u de draadlus verder door het oog van de naald.

2:13


========31========

De onderdraad omhoog halen
Breng de naaivoet omhoog. Houd het eind van de bovendraad vast en druk op het voetpedaal zodat de naald eenmaal op en neer gaat. Trek aan de bovendraad om de onderdraad omhoog te trekken.

Sluit de grijperklep en leid de boven- en onderdraad onder de naaivoet door naar links.

Draadafsnijder
Trek de draad van achteren naar voren door de draadafsnijder (19).

2:14


========32========

Voorbereidingen

De tweelingnaald inrijgen
Vervang de normale naald door een tweelingnaald. Plaats de tweede garenpen en plaats op beide garenpennen een garenklos. Plaats op de verticale garenpen een garenschijf en breng onder de garenklos een viltblok aan.

E

Wanneer u de draden inrijgt, moet u goed opletten dat de ene draad langs de linkerkant van spanningsschijf E loopt en de andere langs de rechterkant. Rijg het garen verder op de normale manier in, waarbij u ervoor zorgt dat de draden niet in elkaar draaien.

Trek een draad in de rechter draadgeleider boven de naald en de andere draad in de linker draadgeleider. Rijg de draad door de naalden.

2:15


========33========

Overzicht functietoetsen
Display met functietoetsen
47. Toets afhechten/rijgen 48. Toets naald omhoog/omlaag 49. Toets langzaam naaien 50. Toets spiegelen/toetsenvergrendeling 51. Toetsen voor steekbreedte/ motiefbreedte, + en 52. Toetsen voor steeklengte/motiefhoogte, + en 53. Draadspanning, + en 54. Toets enkel motief/n kleur 47 48 49 50 54

51

52

53

Bedieningspaneel met functietoetsen
55-64 Steek-/motiefselectietoetsen 65. Naaimodus: Wijzig/naai stekenreeks toets Borduurmodus: parkeer/knippositie 66. Einde reeks toets/toets exacte plaatsing 67. Naaimodus: Geheugenselectietoets Borduurmodus: Motiefselectietoets 68. Knoopsgatmodus/borduurringkeuzetoets 69. Kleur voor kleur toets, + en - toetsen 70. Steek voor steek toets, + en - toetsen 71. Toets voor het wisselen tussen de steken binnen een reeks/positioneringstoetsen 72. Toevoegen en verwijderen van steken in een reeks/positioneringstoetsen 73. Roteertoets 55 58 61 56 59 62 64 57 60 63 68 73 71 65 66 67 69 70

72

14. Naaimodus: Achteruitnaaitoets Borduren: Start en stop toets

14

2:16


========34========

Voorbereidingen

1

2

3

4

5 6

7

8

Venstersignalen
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Waarschuwing tweelingnaald Transport achteruit Enkel motief geactiveerd En kleur Onderdraadcontrole Bovendraadcontrole Waarschuwing naaivoet Aanduiding creative smart card Parkeerpositie

10. Aanbeveling naaivoet 9 10 11. Steek- of motiefnummer 12. Modus wijzigen stekenreeks 13. Modus naaien stekenreeks 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 14. Ringnummer/plaatsingsindicator 15. Motief roteren 16. Ringaanduider 17. Bovendraad afknippen 18. Handmatig knoopsgat 19. Symbool motiefbreedte 20. Steek en motiefbreedte 21. Symbool steekbreedte 22. Geselecteerd motief van borduurkaart 23. Stekenreeks geheugens/nummer lettertype 24. De transporteur verzinken 25. Kleurbloknummer 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 26. Gekozen steek kan gespiegeld worden 27. Symbool knoopsgatlengte 28. Automatisch knoopsgat geactiveerd 32 33 29. Steeklengte en motiefhoogte Knoopsgat lengte/dichtheid/balans 30. Draadspanning 31. Balansaanduiding 32. Knippositie 33. Applicatie knippositie 34. Afhechten 35. Rijgen geactiveerd 36. Naald omlaag 37. Langzaam naaien 38. De transporteur inschakelen 39. Spiegelfunctie is actief 34 35 36 37 38 39 40 40. Onderste toetsenblok is vergrendeld 2:17


========35========

Correcte bovenspanning - een tip
Bij deze machine wordt de spanning automatisch ingesteld voor verschillende soorten steken. Afhankelijk van het soort stof en het garen dat u gebruikt, kan het nodig zijn de spanning iets bij te stellen. Als u merkt dat de onderdraad boven op de stof te zien is of dat de bovendraad aan de onderkant van de stof zichtbaar wordt, moet u de draadspanning bijstellen. Gebruik de spanningstoetsen + en - (53) om de juiste draadspanning in te stellen. Uw correcties worden opgeheven wanneer u een nieuwe steek of een nieuw motief kiest.

Voor mooie en duurzame steken moet u goed controleren of de draadspanning voor de boven- en de onderdraad met elkaar in balans zijn, dus dat de draden tussen de stoagen verknopen. Voor algemeen naaiwerk geldt het volgende: De spoeldraad (onderdraad) is zichtbaar aan de bovenkant van de stof: De bovendraadspanning is te strak. Verminder de draadspanning. De bovendraad is zichtbaar aan de onderkant van de stof: De bovendraadspanning is te los. Verhoog de draadspanning. Voor siersteken en knoopsgaten moet de bovendraad zichtbaar zijn aan de onderkant van de stof.

2:18


========36========

Voorbereidingen

Aan de slag
Als u begint met naaien op uw Pfaff creative 2134, maakt u eerst een rechte steek. Wanneer u de machine aanzet, is de rechte steek automatisch geselecteerd. De voorgeprogrammeerde steeklengte, spanning en aanbevolen naaivoet worden weergegeven in het venster. Neem een stuk stof, vouw dit dubbel en leg het onder de naaivoet. Breng de naaivoet omlaag en druk het voetpedaal in om te beginnen met naaien. Als u langere of kortere steken wilt maken, wijzigt u dit met toetsen voor steeklengte (52).

Wilt u een zigzagsteek maken, dan kiest u steek nummer 3 op het bedieningspaneel; het steeknummer en de voorgeprogrammeerde steeklengte, steekbreedte, spanning en aanbevolen naaivoet wordt weergegeven in het venster. Neem een nieuw stuk stof, vouw dit dubbel en leg het onder de naaivoet. Breng de naaivoet omlaag en begin met naaien. Wanneer u de steekbreedte wilt wijzigen, drukt u opde toetsen voor steekbreedte (51).

2:19


========37========


========38========

Borduren


========39========

De borduurvoet plaatsen
1. 2. 3. Verwijder de standaard naaivoet. Draai voorzichtig de schroef (A) los totdat de opening (B) zichtbaar is. Druk de naaivoet voorzichtig samen en leid de pin van de voet zo ver mogelijk in de opening van de naaivoethouder. Draai de schroef (A) aan.

A B

Voor het verwijderen van de borduurvoet draait u de schroef (A) los, drukt u de borduurvoet samen en trekt u deze naar rechts. Draai de schroef (A) aan.

De borduureenheid aansluiten
Zet de naaimachine uit
Het aansluitpunt (32) voor de borduureenheid bevindt zich aan de achterzijde van de naaimachine. Duw de borduureenheid parallel van achteren naar voren in het aansluitpunt. 32

Controleer of de armgeleider (34) op de borduureenheid tussen de bodemplaat en de vrije arm is geplaatst en zo ver mogelijk naar binnen is gedrukt. De borduureenheid is dan parallel met de machine.

34

3:2


========40========

Borduren

De borduureenheid verwijderen
Hoofdschakelaar uitzetten Druk op de vrijgavetoets (33) in en verwijder de borduureenheid door deze naar achteren te schuiven, maar houd hem parallel met de machine.
Let op: Verwijder de borduurring en plaats de borduurarm in de juiste stand voordat u de borduureenheid verwijdert.

33

40

De borduurring aan de borduurarm bevestigen
De borduurarm (40) moet geroteerd worden, want deze ligt nog over de eenheid heen. Breng de borduurarm omhoog met de verzonken greep (39) en draai de arm een kwart slag. De borduurarm vergrendelt zich in de borduurpositie.

Haal de ring onder de borduurvoet door door de persvoetlichter zo ver mogelijk omhoog te brengen. De klemschroef van de ring moet naar u toe wijzen en het geleidernokje (43) moet naar rechts wijzen. 38 Schuif de ring langs de metalen geleider van de machine (38), achter de ontspanner (41) totdat de ring vastklikt.

41

De borduurring verwijderen
Wanneer u de ring wilt verwijderen, duwt u de ontspanner (41) van de borduurarm omlaag en trekt u de ring naar voren. De naaivoet moet in de hoogste stand staan.

3:3


========41========

De stof spannen
Er wordt bij de machine n rechthoekige borduurring (140x225 mm) geleverd. Andere formaten borduurringen zijn verkrijgbaar als optionele accessoires. Voor betere borduurresultaten legt u een laag versteviging onder de stof en spant u de versteviging en de stof samen in de ring op. De stof en de versteviging moeten glad en stevig opgespannen zijn. Vervormingen of rimpels in de stof zorgen voor minder fraai borduurwerk. Dit kan bijvoorbeeld zorgen voor kleurgebieden die elkaar overlappen, contourlijnen die elkaar niet raken, plooien in het borduurwerk of stukken die ongeborduurd blijven. De stof wordt als volgt in de ring gespannen: 1. 2. Draai de klemschroef (46) los; de binnenring kan nu worden verwijderd. Leg de buitenring voor u met de geleidernokjes (43) naar rechts, zodat u straks de ring aan de borduurarm kunt bevestigen. De klemschroef wijst nu naar u toe. Leg de versteviging en daarna de stof over de buitenring heen, met de goede kant naar boven. Controleer of de stof over de rand van de ring heen ligt. Druk de stof met behulp van de binnenring in de buitenring. Draai de klemschroef iets aan en trek de stof en de versteviging strak in de ring door de overhangende stof aan te trekken. Zorg ervoor dat u geen rimpels in de stof of de versteviging maakt. De ringen moeten parallel met elkaar liggen. Draai vervolgens de klemschroef aan. Bevestig de clips.
Let op: Als u met uw vinger licht op de opgespannen stof tikt, moet uw vinger terugveren.

43

46

3.

4.

5. 6.

3:4


========42========

Borduren

Functietoetsen voor borduren
Dit onderdeel gaat over de functietoetsen die actief zijn wanneer de machine in de borduurmodus staat (de borduureenheid is bevestigd).

Parkeerpositie
Met de toets voor de parkeerpositie (65) kunt u de borduureenheid in de gewenste stand laten staan wanneer de machine wordt opgeborgen, of wanneer u deze in de speciale tas voor de borduureenheid wilt plaatsen (optionele accessoire). De letter P verschijnt dan in het venster.

Knippositie
Druk tweemaal kort op de Parkeer/Knippositie en de ring verplaats zich naar voren zodat u makkelijk sprongsteken kunt afknippen. In het venster verschijnt de letter C. U kunt deze functie ook gebruiken voor het afknippen van stof rond een applicatie, zonder dat u de ring hoeft te verwijderen. Druk nogmaals op de toets en de ring gaat weer terug naar de eerstvolgende steek in het borduurmotief.

Exacte plaatsing
Met de toets voor exacte plaatsing kunt u de positie van uw motief controleren. Iedere keer dat u deze plaatsingstoets (66) aanraakt, beweegt de borduurring naar een hoek, te beginnen bij de linkerbovenhoek. Naast de ring in het venster gaat een pijl knipperen om aan te geven in welke hoek de naald staat.

Motiefselectietoets
De toets voor de selectie van een borduurmotief of lettertype (67) wordt gebruikt om tussen motieven en lettertypen te schakelen. Als een kaart uitsluitend lettertypen bevat, wordt voor ieder lettertype een getal weergegeven in het venster (A). Als een kaart zowel motieven als lettertypen bevat, wordt in het venster het kleine ringsymbool weergegeven. 3:5


========43========

Borduurringkeuzetoets
Wanneer u met uw Pfaff creative 2134 gaat borduren, moet u een ring kiezen voor uw borduurwerk. Er zijn 6 verschillende ringen verkrijgbaar. U kiest een ring door op de toets voor de ringkeuze te drukken (68); hiermee schakelt u van de ene ring naar de andere. Voor de beste borduurresultaten wordt altijd de kleinst mogelijke ringmaat aangegeven tijdens het laden van een motief. In het venster ziet u het ringnummer en de ringaanduider staan. Als er vanwege de afmetingen of de positie van het motief geen andere ring kan worden gekozen, hoort u een pieptoon en zal het ringnummer knipperen.
Let op: Als u een motief hebt gespiegeld en/of geroteerd en daarna een andere ring kiest, worden de instellingen opnieuw gekozen.

Ring nr. 1 2 3 4 5 6

Formaat 225x140 mm, 250x225 mm 120x115 mm (vierkant/rond) 80x80 mm, rond 180x100 mm 100x80 mm (met borduurringadapter) 80x80 mm, vierkant (met borduurringadapter)

Kleur voor kleur
Met de Kleur voor kleur toets (69) kunt u schakelen tussen verschillende kleuren binnen een motief. Wanneer u binnen een motief naar een eerder gebruikte kleur wilt gaan, drukt u op de - toets, en wanneer u verder wilt, drukt u op +. De machine gaat dan naar het begin van het betreffende kleurblok. Het nummer van de kleur verschijnt in het venster.

Steek voor steek
Met de steek voor steektoets (A) (106) kunt u steek voor steek door een motief lopen. Dit kan nuttig zijn wanneer de boven- of onderdraad op is en u een paar steken terug wilt. Wanneer u terug wilt binnen een motief, drukt u op de -toets; wilt u verder, dan drukt u op +.

3:6


========44========

Borduren

Roteertoets
Met deze functie kunt u een motief roteren in stappen van een kwart slag (90). Wanneer u op de roteertoets drukt (73), wordt er aan de ringaanduider een pijl toegevoegd om aan te geven in welke richting u het motief hebt geroteerd. Een motief wordt vanuit het middelpunt geroteerd rond het midden van de ring zoals getoond in de afbeelding(A). Letters worden vanuit de linker benedenhoek geroteerd rond het midden van de ring zoals getoond in de afbeelding (B). Roteer uw motief voordat u het uit het midden verplaatst als u niet wilt dat de positie in de ring veranderd nadat u het motief hebt geroteerd.

A

B

Let op: Als het motief nadat u het een kwartslag hebt gedraaid niet meer binnen de ring past, wordt het automatisch een halve slag gedraaid (180).

Positioneringstoetsen
Met de positioneringspijlen (71-72) kunt u het motief in vier verschillende richtingen verplaatsen binnen de ring. Als u het einde van de borduurring nadert, hoort u een waarschuwingssignaal. Als u terug wilt naar de oorspronkelijke startpositie hoeft u alleen maar nogmaals op het motiefnummer te drukken.
Let op: Als u de grootte van het motief wilt veranderen of u motief wilt draaien of spiegelen, kunt u dit het beste doen voordat u het motief verplaatst. Anders kunnen de veranderingen worden beperkt door de ringmaat.

Toets afhechten/ rijgen
Wanneer u op de toets afhechten/rijgen drukt (47) voordat u begint met borduren, activeert u de rijgsteek; het rijgsymbool wordt dan in het venster weergegeven. Uw creative 2134 naaimachine rijgt een vierkant, waarmee het motiefgebied wordt uitgezet. De rijgfunctie kan handig zijn bij het werken met stoffen die niet strak kunnen worden gespannen. U kunt dan de rijgfunctie gebruiken om de stof en de versteviging op elkaar te rijgen. 3:7


========45========

Langzaam naaien
Wanneer u op de toets voor langzaam naaien drukt (49) zal de machine langzamer naaien. Het symbool langzaam naaien verschijnt dan in het venster. De toets voor langzaam naaien kan nuttig zijn wanneer u naait met speciaal garen, zoals metaaldraad, of wanneer u met dunne stoffen naait.

Spiegelen
Met deze toets (50) kunt u een motief zijdelings spiegelen. Als deze toets is geactiveerd, verschijnt er een klein lijntje onder het symbool van de toets Spiegelen. Motieven worden vanuit het midden van de ring gespiegeld zoals u kunt zien in onderstaande afbeeldingen. Spiegel uw motief eerst voordat u het uit het midden verplaatst als u niet wilt dat de positie van het motief veranderd nadat het gespiegeld is.

BB

B B

Toetsenvergrendeling
Als u langer dan 1 seconde op detoets spiegelen drukt, wordt de Toetsenvergrendeling geactiveerd, zodat het onderste toetsenblok wordt vergrendeld. Het vergrendelingssymbool verschijnt dan in het venster. U heft de vergrendeling op door nogmaals langer dan 1 seconde op de toets Spiegelen te drukken.

3:8


========46========

Borduren

En kleur
Als u de toets enkel motief/n kleur activeert (54), wordt het gekozen motief geborduurd zonder tussenstoppen voor garenwisselingen.. Wanneer u deze toets indrukt, verschijnt in het venster het symbool voor n kleur (A). U kunt de functie uitschakelen door nogmaals op de toets te drukken.

Steek-/motiefselectietoets
In de borduurmodus worden de steek-/motiefselectietoetsen (55-64) gebruikt voor het kiezen van een motief. Als de kaart zowel motieven als lettertypen bevat, verschijnt het symbool (A) in het venster. Als de kaart slechts lettertypen bevat, wordt het lettertypenummer aangegeven met een getal onder het motiefnummer, te beginnen bij 1. Als u een motief hebt gekozen dat niet op de kaart staat, gaat het motiefnummer (B) knipperen en keert u terug naar het vorige gekozen motief.

A

B

3:9


========47========

Achteruitnaaitoets (start/stop voor borduren)
Gebruik de achteruitnaaitoets (14) wanneer u wilt beginnen met borduren en wanneer u wilt stoppen. Houd de toets ingedrukt om te beginnen met borduren.
Let op: U kunt bij het borduren ook het voetpedaal indrukken.

Motiefbreedte
De breedte van een motief verschijnt in mm in het venster (A). U kunt de motiefbreedte wijzigen door op de toetsen + en - te drukken (51). Het motief kan worden vergroot en verkleind tussen 75% en 125% of tot de maximale grootte van de borduurring.

Motiefhoogte
De hoogte van een motief verschijnt in mm in het venster (B). U kunt de motiefhoogte wijzigen door op de toetsen + en - te drukken (52). Het motief kan worden vergroot en verkleind tussen 75% en 125% of tot de maximale grootte van de borduurring

Draadspanning
Wanneer u een motief laadt, wordt de draadspanning ingesteld op een vooraf bepaalde waarde (C). Als u de draadspanning wilt wijzigen, gebruikt u de toetsen + en - om de spanning te verhogen of te verlagen (53).

A B C

3:10


========48========

Borduren

Venstersignalen
Selecteer borduuring
Wanneer de ringaanduider knippert moet u op de borduurringkeuzetoets (68) om de machine te laten kalibreren.

Plaats de creative smart card
Wanneer de borduurkaart knippert, moet u een creative smart card plaatsen.

Verzink de transporteur
Wanneer dit bericht verschijnt (A), dient u de transporteur te verzinken.

Waarschuwing tweelingnaald
De waarschuwing tweelingnaald geeft aan dat u geen tweelingnaald kunt gebruiken. U kunt geen tweelingnaald in combinatie met de borduurvoet gebruiken.

3:11


========49========

Verstelpositie
Dit bericht houdt in dat u de naaivoet in de verstelpositie moet zetten. Laat de naaivoet langzaam zakken en duw de persvoetlichter naar achteren totdat deze vastklikt in de verstelpositie. Druk op de achteruitnaaitoets om het borduren te starten. De waarschuwing verdwijnt dan.

Breng de naaivoet omhoog
Wanneer het symbool verschijnt met een knipperende pijl, moet u de naaivoet in de bovenste stand zetten. De waarschuwing verdwijnt nadat u bent begonnen met borduren.

Draad knippen
Wanneer na enkele steken de Pfaff creative 2134 stopt en het knipsymbool gaat knipperen, moet u het draaduiteinde afknippen. Wanneer u de draad hebt afgeknipt, drukt u weer op de achteruitnaaitoets; de machine gaat dan verder met borduren.

Stop voor appliqueren/ajourwerk
Bij het borduren van applicaties- of ajourmotieven ziet u in plaats van een kleurnummer een knipperende A in het venster staan; dit houdt in dat er een stoppunt in het motief is.

3:12


========50========

Borduren

Bovendraadcontrole
Mocht de bovendraad breken dan stopt de machine en ziet u dit symbool oplichten in het venster. Rijg de bovendraad opnieuw in en druk op de achteruitnaaitoets om het borduren te hervatten.

Onderdraadcontrole
Wanneer de onderdraad dreigt op te raken dan stopt de machine en ziet u dit symbool oplichten in het venster. Plaats een volle spoel in het spoelhuis en druk op de achteruitnaaitoets om het borduren te hervatten.

3:13


========51========

Aan de slag met borduren
1. 2. Maak de borduurvoet vast. Maak de borduureenheid vast en breng de naaivoet in de hoogste stand. Verzink de transporteur. Zet de naaimachine aan. U krijgt nu het verzoek de borduurringkeuzetoets (68) in te drukken, zodat de machine zichzelf kan ijken. Plaats de creative smart card in de machine en kies een motief. Het motiefnummer verschijnt in het venster. Uw creative 2134 naaimachine kiest de kleinst mogelijke ring voor dit motief. Maak deze ring met de opgespannen stof vast aan de borduurarm. Als de ring in het venster niet overeenkomt met de ring die u geplaatst hebt, gaat de machine niet borduren. Druk op de borduurringkeuzetoets om een andere ring op te geven. Laat de naaivoet langzaam zakken en duw de persvoetlichter naar achteren totdat deze vastklikt in de verstelpositie. Wind een spoeltje op met speciaal garen voor borduren. Plaats de spoel. Rijg de machine in met kleur nr. 1. (Raadpleeg het motievenboekje voor meer informatie over de kleuren.) Druk enkele seconden lang op de achteruitnaaitoets (14) om te beginnen met borduren. De machine begint dan te naaien. Na een paar steken stopt de naaimachine zodat u het draadeinde kunt afknippen. Het symbool voor afknippen knippert in het venster. Knip de draad af en druk op de achteruitnaaitoets om door te gaan met borduren. 4. 3.

3.

4.

5.

6.

7. 8.

9.

9.

10. Wanneer de machine klaar is met het naaien van de eerste kleur, stopt deze; nummer 2 gaat dan knipperen. Verwissel de bovendraad met kleur nr. 2 en ga verder met borduren. Herhaal dit voor alle kleuren. 11. Als u ook de laatste kleur voltooid heeft, zal de naaimachine teruggaan naar het begin van het motief en kleurnummer 1 knippert in het menu. Verwijder de ring van het borduurwerk en knip de uitstekende draadjes af. 12. Druk op de toets voor de parkeerpositie (65) en zet de machine uit. Zet de borduurarm weer in de opslagpositie en verwijder de borduureenheid.

10.

12.

3:14


========52========

Borduren

Woorden borduren
Bij uw Pfaff creative 2134 krijgt u de s-card 300 meegeleverd. Op deze kaart staan 17 motieven en 2 verschillende lettertypen: Block en Monogram. 1. 2. 3. 4. Maak de borduurvoet vast en rijg de machine in. Maak de borduureenheid vast en breng de naaivoet in de hoogste stand. Verzink de transporteur. Zet de naaimachine aan. U krijgt nu het verzoek de borduurringkeuzetoets (68) in te drukken, zodat de machine zichzelf kan ijken. Kies lettertype Block, nr. 1 in het venster, door op de toets voor lettertypekeuze (67) te drukken. U ziet een nummer 1 onder het motiefnummer staan (A). Alle letters worden vertegenwoordigd door een nummer in het venster (zie het borduurmotievenboekje). Wanneer u het woord "Pfaff" wilt borduren, voert u nummer 16 in; dit staat voor de letter "P". Letter nummer 16 wordt nu getoond in het venster (B). Kies de ring die u wilt gebruiken door op de borduurringkeuzeoets te drukken. Schuif de ring met de ingespannen stof in de metalen geleider van de borduurarm. Als u eenmaal de eerste letter hebt gekozen, kunt u de letters draaien, spiegelen of op schaal aanpassen. Druk eenmaal op de roteertoets (73); er wordt dan binnen de ring een pijl getoond. Verplaats uw letter naar de gewenste positie binnen de ring door op de positioneertoets (71-72) van borduurwerk te drukken. 6. Druk op de achteruitnaaitoets (14) om het borduren te starten. Als u de eerste letter geborduurd hebt, selecteert u de volgende letter "f" (nr. 32). Deze volgende letter volgt automatisch op de eerste letter. Ga op dezelfde manier door om de resterende letters te borduren.

5.

A B

Als u de eerste letter heeft gedraaid, op schaal aangepast en/of gespiegeld heeft, worden deze instellingen voor de volgende letters opgeslagen totdat u dit borduurprogramma verlaat.
Let op:Wanneer u de tekens dicht bij de rand van de bordurring plaatst, let er dan op dat u genoeg ruimte heeft, in de lengte en de breedte, voor de tekens die u wilt borduren. Als een teken te hoog en/of te breed is om naast het vorige te passen, dan gaat de borduurring terug naar het midden van het borduurmotief. U kunt het teken naar de best mogelijke positie verplaatsen, of de stof opnieuw in de borduurring spannen om misplaatsing te voorkomen.

3:15


========53========

Applicaties borduren
Wanneer u een applicatie wilt borduren, plaatst u versteviging onder de stof en spant u alle lagen in de ring. Begin met borduren. Rond de applicatie wordt een omtrek met rechte steken gestikt. Wanneer de machine stopt en u een A in het venster ziet staan, plaatst u de te appliqueren stof bovenop. Start de machine opnieuw; er wordt nu een omtrek in rechte steken rond het te appliqueren gedeelte van het motief genaaid. Wanneer de machine voor de tweede maal stopt, schuift u de ring weg maar laat u de stof in de ring zitten. Knip voorzichtig buiten de rechte stekenlijn rond de geappliqueerde stof. Schuif de ring terug op de borduurarm en ga verder met borduren; maak de applicatie randen en de rest van het borduurwerk af.
Let op: Indien u de ring in de knippositie zet, dan kunt u overtollige stof afknippen wanneer de machine stopt zonder de ring te moeten verwijderen.

Ajourwerk
Wanneer u een ajour motief wilt borduren, plaatst u versteviging onder de stof en spant u alle lagen in de ring. Begin met borduren. Rond het ajour motief wordt een omtrek met rechte steken gestikt. Wanneer de machine stopt en een A in het venster staat, verwijdert u de ring zonder de stof uit de ring te halen. Knip voorzichtig de stof binnen de omtreklijn van rechte steken weg en zorg dat u de versteviging niet wegknipt. Schuif tenslotte de ring terug op de borduureenheid en ga verder met borduren.

3:16


========54========

Naaien


========55========

Functietoetsen voor naaien
Toets afhechten/rijgen
Met de toets voor afhechten en rijgen kunt u uw steken vastzetten. Wanneer u deze toets indrukt (47), verschijnt in het venster het symbool voor afhechten. Als u op de toets drukt voordat u gaat naaien, zal de machine enkele afhechtsteken maken en dan verdergaan met naaien in de gekozen steek. Als u tijdens het naaien op de toets hebt gedrukt, wordt de steek automatisch afgehecht en zal de machine stoppen.

Toets naald omhoog/omlaag
Druk op de toets naald omhoog/omlaag (48) om wanneer u stopt met naaien de naald automatisch in de stof te laten staan. Wanneer deze functie actief is, wordt het symbool naald omhoog/omlaag in het venster van de Pfaff creative 2134 getoond.
Let op: Als u tijdens het naaien even het voetpedaal indrukt, kunt u de naald omhoog of omlaag brengen. Hiermee wordt de vooraf ingestelde stoppositie niet veranderd.

Toets langzaam naaien
Deze functie (49) kiest u als u de naaisnelheid wilt verlagen. Wanneer de functie voor langzaam naaien actief is, is in het venster het betreffende symbool te zien.

Spiegelen
Wanneer het spiegelsymbool in het venster staat, kunt u de steek horizontaal spiegelen. Wanneer u deze functie activeert, verschijnt er onder het symbool een lijn.

4:2


========56========

Naaien

Toets toetsenvergrendeling
Als u langer dan 1 seconde op de toets spiegelen drukt, wordt de toetsenvergrendeling geactiveerd, zodat het onderste toetsenblok wordt vergrendeld. Het vergrendelingssymbool verschijnt dan in het venster. U heft de vergrendeling op door nogmaals langer dan 1 seconde op de toets spiegelen te drukken.

Toets enkel motief
Activeert u de functie, enkel motief, voordat u gaat naaien dan zal de machine n steek/motief naaien, afhechten en dan stoppen. Activeert u de functie tijdens het naaien, dan maakt de machine de steek af, hecht vervolgens af en stopt. Het enkel motief symbool wordt in het venster weergegeven indien deze actief is. De functie blijft actief totdat u opnieuw op de toets drukt of totdat u een nieuwe steek selecteert. Deze toets kan ook gebruikt worden voor het schakelen tussen handmatige (man.) en automatische knoopsgaten naaien.

Achteruitnaaien
Wanneer u deze toets (14) tijdens het naaien indrukt, verschijnt in het venster het hiernaastgetoonde symbool. Als u tijdens het naaien op deze toets drukt, naait de naaimachine achteruit zolang u de toets ingedrukt houdt. Als u de achteruitnaaitoets indrukt terwijl de machine stilstaat, wordt achteruit genaaid totdat u nogmaals op de toets drukt. Bij het naaien van een knoopsgat wordt deachteruitnaaitoets gebruikt voor wisselen tussen de ene en de andere rups

4:3


========57========

Steekbreedte
De steekbreedte wordt getoond in mm (A). U kunt de steekbreedte wijzigen door op de + en - toetsen te drukken (51). De steekbreedte kan worden aangepast in stappen van 0,5 mm en varieert van 0 mm tot 9,0 mm. Wanneer u de grens hebt bereikt, hoort u een pieptoon. Steken 1, 2 en 14 zijn met meerdere naaldposities. Dit betekent dat u hierbij met de knoppen + en - de naaldpositie van deze steken kunt wijzigen. Als u de vooraf ingestelde waarde van n van deze steken hebt veranderd, ziet u in het venster een pijl die wijst in de door u gekozen richting.

Steeklengte
De steeklengte wordt getoond in mm (B). Voor het wijzigen van de steeklengte drukt u op de knoppen + en toetsen (52). De lengte voor normale steken kan in stappen van 0,5 mm worden aangepast van 0-6 mm. Voor cordonsteken kunt u de steekdichtheid instellen in stappen van 0,1 mm, van 0-1,5 mm. Wanneer u de grens bereikt hebt, hoort u een pieptoon.

Draadspanning
Druk op de + en - toetsen (53) om de draadspanning te wijzigen (C). Op pagina 2:18 vindt u meer informatie over draadspanning. Wanneer u de grens bereikt hebt, hoort u een pieptoon.

A B C

4:4


========58========

Naaien

A

C
Stekenreeksen wijzigen/naaien
Deze toets wordt gebruikt voor het wijzigen en naaien van stekenreeksen. Druk nmaal op de toets voor het wijzigen van stekenreeksen. In het venster ziet u symbool (A) voor wijzigen en (B) voor geheugennummer. Het guur in segment (C) toont de positie van de steek in de reeks beginnende bij positie 1. Het streepje in het stekensegment (D) betekent dat er geen steek is geselecteerd. Druk nogmaals op deze toets voor het naaien van stekenreeksen. Het stekenreeksymbool (A) en geheugennummer (B) worden getoond in het venster. In het stekensegment (C) ziet u het nummer van de eerste steek in de reeks die wordt genaaid. De machine is nu klaar om de reeks uit het geheugen te naaien.
Let op: Zie ook pagina 5:4 voor een nadere beschrijving over het maken en opslaan van stekenreeksen.

B D A

BC
Einde reeks toets
Drukt u deze toets in tijdens het wijzigen van een stekenreeks, dan eindigt u de reeks op de huidige positie. De steek in de huidige positie wordt dan de laatste steek in de reeks. Eventuele opgeslagen steken na deze huidige positie worden uit het geheugen verwijderd.

Een geheugen selecteren
Druk op deze toets tijdens het naaien of wijzigen van een stekenreeks om naar het volgende geheugen te gaan. Het geheugennummer in het venster (A) gaat van 1 naar 5, stap voor stap, iedere keer wanneer u op deze toets drukt. Drukt u op deze toets in de normale naaimodus, dan gaat de machine automatisch naar de reeksenmodus en toont het laatst gebruikte geheugen of geheugen 1 wanneer de reeksenfunctie nog niet gebruikt is sinds het aanzetten van de machine. 4:5

A


========59========

Knoopsgatmodus
De knoopsgatmodus wordt gebruikt voor het schakelen tussen lengte (A), dichtheid (B) en balans (C) van een geselecteerd knoopsgat. Indien het knoopsgat handmatig wordt genaaid zijn alleen de balans en dichtheid beschikbaar. Gebruik de toetsen voor steeklengte (52) voor het wijzigen van de instellingen in de huidige actieve modus. De instellingen blijven ongewijzigd todat een andere steek wordt geselecteerd.

Lengte van het knoopsgat
Wanneer u een knoopsgat selecteert, gaat de machine automatisch naar de knoopsgatlengte modus. U ziet het symbool voor knoopsgatlengte en de lengte zelf in het venster. Wijzig de lengte met de steeklengte toetsen (52). Onthoud dat u altijd de knoopsgatlengte iets groter instelt dan de diameter van de knoop.

A

B
Dichtheid van het knoopsgat
Wijzig de dichtheid (dwz. het dichter op elkaar staan van de cordonsteken) van een knoopsgat zonder de lengte van het gehele knoopsgat te wijzigen. Druk op van de steeklengtetoets voor het vergroten van de dichtheid en op de + voor het verkleinen van de dichtheid.

C
Balans van het knoopsgat
De balans van een knoopsgat regelt het voor- en achteruittransport van de machine. Indien de machine uit balans is wordt de rechter- en linkerrups van het knoopsgat ongelijk. Druk op de van de steeklengtetoets (52) om het achteruittransport te regelen, dit vergroot de dichtheid van de linkerrups. Druk op de + van de steeklengtetoets (52) om het vooruittransport aan te passen. Dit vergoot de dichtheid van de rechterrups.

4:6


========60========

Naaien

Positioneertoetsen
In de modus voor het wijzigen van stekenreeksen worden de omlaag en omhoog positioneertoetsen gebruikt om steken in reeksen in te voegen en te verwijderen. De linker en rechter positioneertoetsen worden gebruikt om naar de volgende of vorige positie in de reeks te gaan. In de normale naaimodus kunt u de linker en rechter positioneertoetsen gebruiken om steken te selecteren. Met de rechter positioneertoets gaat u naar een hoger steeknummer en met de linkertoets een steeknummer lager.

Steek-/motiefselectietoetsen
Op de Pfaff creative 2134 kunt u kiezen tussen 100 verschillende steken en 50 letter en symbolen. U kiest een steek door de directe keuze toetsen op het toetsenblok in te drukken. Voor steken met twee dan wel drie cijfers toets u de cijfers direct na elkaar in. Het steeknummer wordt in het venster weergegeven (A) samen met de aanbevolen naaivoet (B) en steekinstellingen (C).

A

B

C

4:7


========61========

Venstersignalen
Waarschuwing tweelingnaald
Wanneer de waarschuwing voor de tweelingnaald verschijnt, kunt u niet met een tweelingnaald naaien. Doet u dat toch, dan kan de naald breken en kan de naaivoet beschadigd raken.
Let op: De waarschuwing tweelingnaald wordt gegeven voor tweelingnaalden met een tussenruimte van 2.0 mm. Gebruikt een tweelingnaald met een grotere tussenruimte dan 2.0 mm dan dient u altijd de steekbreedte te controleren door aan het handwiel te draaien om te zien of de naalden geen hinder ondervinden van de steekplaat.

A
Onderdraadcontrole (A)
Wanneer de onderdraad dreigt op te raken dan stopt de machine en ziet u dit symbool oplichten in het venster. Plaats een volle spoel in het spoelhuis en hervat het naaien.

B

Bovendraadcontrole (B)
Mocht de bovendraad breken dan stopt de machine en ziet u dit symbool oplichten in het venster. Rijg de bovendraad opnieuw in en hervat het naaien.

Breng de naaivoet naar beneden
Wanneer het symbool naaivoet verschijnt met een knipperende pijl, moet u de naaivoet naar beneden brengen. De waarschuwing verdwijnt nadat u bent begonnen met naaien.

De transporteur omhoog brengen
Voor normaal naaiwerk moet de transporteur ingeschakeld zijn. Dit bericht knippert in het venster.

4:8


========62========

Naaien

Rechte steek
Steek 1 is de rechte basissteek met de naaldpositie in het midden. U kunt de steeklengte vergroten tot 6 mm. Verscheidene werkzaamheden kunnen door het verstellen van de naaldpositie gemakkelijker worden uitgevoerd zoals het inzetten van een rits of doorstikken van een kraag. Uw Pfaff performance 2134 heeft 19 verschillende naaldposities, die u kunt instellen met de toetsen + en - (51).

Tip: Wilt u een hoekje van een kraag doorstikken, gebruik dan de toets naald omhoog/omlaag. U kunt ook even op het voetpedaal drukken om de naald omlaag te brengen.

Genaaide zigzagsteek, nr. 4
Met steek nr. 4 kunt u onafgewerkte randen afwerken. Zorg ervoor dat de naald de stof aan de linkerzijde doorboort en aan de rechterrand afwerkt. Steek nr. 4 kan ook worden gebruikt als elastische steek om elastiek te bevestigen in pyjama's, rokken en sportkleding.

4:9


========63========

Overlocksteken
Voor elastische stoffen, gebreide stoffen, weef- en jerseystoffen biedt de creative 2134 een ruime keus aan overlocksteken. Met deze steken kunt u tegelijkertijd twee delen aan elkaar naaien en afwerken. Deze steken zijn rekbaarder en zijn duurzamer dan gewone steken.
Tip: Gebruik blindzoomvoet nr. 3 als u overlock naden naait. Deze zorgt voor een nauwkeurigere stofgeleiding en voorkomt dat de naad plooit bij grotere steekbreedten. Stel de steekbreedte en de zoomgeleider goed in om er zeker van te kunnen zijn dat de naald bij de rechteruitslag niet bij de niet-afgewerkte rand van de stof en de pen van de naaivoet komt.

Gesloten overlocksteek, nr. 7
Deze steek is geschikt voor het maken van zomen. Gebruik hierbij naaivoeten nr. 0A of 3. Vouw de stof 1 cm om en naai de gesloten overlocksteek aan de goede zijde van de omgevouwen stof. Wanneer u klaar bent, knipt u de overtollige stof weg.

Open overlocksteek, nr. 19
De open overlocksteek is goed geschikt voor het aan elkaar zetten of afwerken van stoffen die niet erg rafelen. Gebruik hierbij naaivoeten nr. 1A of 3.

Gesloten overlocksteek met randdraad, nr. 16
Als u een stof wilt naaien die snel rafelt, selecteert u steek 16. Met deze steek beschermt een extra randdraad de rand van de stof tegen verder rafelen. Deze naad is geschikt voor weefstoffen.

4:10


========64========

Naaien

Rijgsteek, nr. 14
De rijgsteek kan op twee manieren worden gebruikt. Met verzonken transporteur naait de machine n steek per druk op het voetpedaal. U bepaalt zelf de steeklengte. Met de transporteur ingeschakeld rijgt de machine continu met normaal transport. Lichtgewicht stoffen kunnen makkelijker met normaal transport worden geregen. Rijgen uit de vrije hand: Klik de stopvoet/uit de vrije hand voet vast, nr. 6 (zie pagina 4:18). Verzink de transporteur en ontkoppel het IDT. Plaats de stof onder de naaivoet en zet de naaivoet in de verstelpositie. Naai n steek en verplaats de stof de benodigde hoeveelheid naar achteren. Blijf doorgaan met steek voor steek naaien totdat u klaar bent met rijgen. Houd de draaduiteinden vast wanneer u de stof uit de machine haalt.

Doorstikken, nr. 1 B A
U kunt de rechte steek naaien met 19 verschillende naaldposities, zodat u bij het doorstikken de naaivoet altijd langs de stofkant kunt leiden. De breedte voor het doorstikken bepaalt u door de naaldpositie. Gebruik de geleidemarkeringen op de steekplaat of de geleider voor doorstikken als u verder van de kant van de stof wilt doorstikken. U steekt de geleider voor doorstikken in opening A en zet die vast met schroef B.

Versterkte rechte steek, nr. 2
Deze steek wordt gebruikt voor naden die echt sterk moeten zijn, zoals kruisnaden in broeken. Hoe zwaarder de stofkwaliteit, des te langer de steeklengte wordt ingesteld. Uw Pfaff creative 2134 heeft 19 verschillende naaldposities, die u kunt instellen met de + en - toetsen (51).

4:11


========65========

Blindzoomsteek, nr. 5
U gebruikt de blindzoomsteek voor onzichtbare zomen in rokken, broeken en woningdecoratie. Werk de kant van de zoom af. Sla de zoom naar binnen om. Vouw de zoom nu zover terug, dat de afgewerkte zoomkant 1 cm naar buiten steekt. De verkeerde kant van uw naaiwerk moet nu naar boven liggen. Nu de stof zo onder de naaivoet leggen, dat de vouw in de bovenlaag tegen geleider A ligt. Bij het insteken in de vouw mag de naald maar n weefseldraad opnemen. Indien de steken op de goede stofkant zichtbaar zijn, dient de geleider A met behulp van stelschroef B te worden verplaatst totdat de steek die de zoom vormt, nog net zichtbaar is.

B A



Elastische blindzoomsteek, nr. 6
De elastische blindzoomsteek is speciaal geschikt voor rekbare materialen, omdat de zigzag in de steek ervoor zorgt dat de steek kan worden uitgerekt. De zoom wordt tegelijkertijd afgewerkt en genaaid. Bij de meeste gebreide stoffen is het niet nodig om eerst de onafgewerkte rand af te werken. Maak de blindzoom zoals hiervoor is beschreven.

Steek nr. 5 Steek nr. 6

4:12


========66========

Naaien

Knoopsgaten
Uw Pfaff creative 2134 heeft het perfecte knoopsgat voor elke stof of kledingstuk. U kunt knoopsgaten maken in jasjes, broeken, bloezen of rekstoffen; met de vele verschillende knoopsgaten geeft u uw kledingstukken een professionele afwerking. Uw creative 2134 is uitgerust met de knoopsgat Sensormatic die ervoor zorgt dat ieder knoopsgat exact gelijk is. U kunt de mooiste knoopsgaten naaien in zelfs de lastigste stoffen, zoals uweel, pluche, gebreide stoffen en heel dikke jerseystoffen.

Plaatsen van de knoopsgat Sensormatic
Schuif het metalen gedeelte van de knoopsgat Sensormatic in de sleuf onder de twee pijlen aan de achterkant van de steekplaat. Het witte kunststof gedeelte bevindt zich boven de steekplaat. Schuif de plaat tot het stuitpunt naar voren. Daarbij moet deze iets terugveren, zodat een kleine afstand ontstaat. Er moet nog ruimte zijn tussen de steekplaat en de geleider zoals op de foto te zien is. Als u de knoopsgat Sensormatic plaatst, wordt de sensor geactiveerd.

Knoopsgatvoet nr. 5A bevestigen
Gebruik knoopsgatvoet nr. 5A om de knoopsgaten te naaien. Trek deze voor het naaien tot de tweede rode markering naar voren.

4:13


========67========

Het automatisch naaien van een knoopsgat
1. Plaats de knoopsgat-Sensormatic en knoopsgatvoet 5A. Kies het knoopsgat dat u wilt gaan naaien. Test een knoopsgat altijd eerst op een proeapje. Stel de lengte van het knoopsgat in in mm me

Aby uzyskać więcej informacji, prosimy o pobranie pliku z instrukcjami.

Linki sponsorowane
Instrukcja Podgląd użytkownika
Typ Maszyna do szycia
Nazwa PFAFF CREATIVE 2134
Model CREATIVE 2134
Rozmiar pliku 1805 KB
Number of pages 98 pages
format pliku pdf
Język Maszyna do szycia PFAFF CREATIVE 2134 Nederlands - Dutch Nederlands - Dutch,